Het besluit van Shell om het bedrijf niet terug te trekken uit Syrië zolang er van een internationale olieboycot geen sprake is, getuigt van goed werkgeverschap en maatschappelijke verantwoordelijkheid. Dat stelt Rob van den Hurk, directeur van de Nederlandse Vereniging voor Personeelsmanagement & Organisatieontwikkeling (NVP)
'Alle tegenwerpingen van onder meer D66 en "maatschappelijk verantwoord ondernemen" ten spijt lijken Shell bestuurders te begrijpen waar het om draait. Namelijk om werkgelegenheid en een sterke economie. Nederlandse ondernemingen in landen met verwerpelijke regimes vormen juist de enige continue factor waar de bevolking op kan vertrouwen. Werk, een inkomen, ontplooiingskansen; perspectieven die de bevolking juist zou ontberen wanneer bedrijven besluiten het land de rug toe te keren', aldus Van den Hurk in een schriftelijke verklaring.
Het argument dat internationaal opererende bedrijven door hun aanwezigheid in landen met een dictatoriaal regimes deze regimes in het zadel houden is volgens Van den Hurk maar beperkt houdbaar. 'Het bedrijfsleven dat banden aan houdt met deze regimes kan juist een lans breken voor de mensenrechten in die landen. Bovendien bieden Nederlandse ondernemingen voor veel werknemers een veilig onderkomen in tijden van onrust en revolte. De Nederlandse regering laat haar ambassadeur in Damascus; dat doet zij niet voor niets. Als je dicht tegen het regime aankruipt voel je elke ademtocht en is de kans op beïnvloeding groter; en daarmee vergroten werkgevers als Shell de werkelijke weerbaarheid van de bevolking meer dan luidruchtige 'mensenrechtenactivisten' uit Nederland.'