Werkgever      
Contact   |   Helpdesk   |   Registreren   |   Inloggen

>> zoek snel een baan binnen onze vacatures

 
Meer zoekopties  

Inlener hoeft uitzendkracht niets uit te leggen

Een bank krijgt een anonieme tip waarin een uitzendkracht van diefstal wordt beschuldigd. Na enig onderzoek besluit de bank niet verder te willen met deze flexwerker. Deze stelt de bank daarop aansprakelijk voor zijn inkomstenderving.

Wanneer de bank laat weten af te willen van de werknemer, verbreekt het uitzendbureau de uitzendovereenkomst met hem. Voortaan moet de man leven van een WW-uitkering. Hij vindt dat de bank zich niet als goed werkgever heeft gedragen door af te gaan op een anonieme tip en hem onvoldoende hoor en wederhoor te bieden. Ook steekt het hem dat hij geen inzage heeft gekregen in het onderzoeksdossier. Volgens hem had de bank hem eerder een vast dienstverband in het vooruitzicht gesteld.

De kantonrechter is het echter niet eens met de argumenten van de werknemer. Een inlener hoeft geen motivering te geven voor het beëindigen van de inzet van een uitzendkracht. De bank hoefde de medewerker daarom geen recht op hoor en wederhoor te geven, noch hem inzage te geven in het onderzoeksdossier.

Omdat de bank niet de werkgever was - dat was immers het uitzendbureau - kan de werknemer ook geen beroep doen op artikel 7:611 BW inzake het goed werkgeverschap. Er zijn in dit geval geen bijzondere omstandigheden die duiden op misbruik van de bevoegdheid om de inzet van de uitzendkracht stop te zetten.

De rechter ziet geen bewijs voor een toezegging van een vaste baan. Alle eisen van de werknemer worden daarom verworpen.

LJN: BU2509,Sector kanton Rechtbank Leeuwarden



Nicole Weidema 01-11-2011




Deel deze pagina met jouw sociale netwerken

QR-code voor deze pagina