De leraar bekend had bekend gemaakt dat hij zijn relatie met zijn echtgenote had beëindigd en hij, hoewel nog getrouwd, was gaan samenwonen met een man. Door de schoolleiding is op voorhand aangenomen dat de docent niet meer achter de grondslag van de school kon staan en dat zijn vertrek dus onvermijdelijk was. Daarmee heeft de school niet voldaan aan de maatstaf van goed werkgeverschap.
Het enkele feit dat de leraar is uitgekomen voor zijn homoseksualiteit en is gaan samenwonen met een partner van hetzelfde geslacht mag geen aanleiding zijn voor schorsing en ontslag. Onderscheid op die grond is verboden, ook voor een bijzondere onderwijsinstelling met een gereformeerde identiteit, die zich conformeert aan de standpunten van kerk en Synode.
De kantonrechter oordeelt dat er geen ‘bijkomende omstandigheden' zijn die een onderscheid ten aanzien van homoseksuele gerichtheid kunnen. Het zonder behoorlijk inhoudelijk overleg in twijfel trekken van de geschiktheid van de leraar vanwege zijn homoseksuele gerichtheid en het samenwonen met een man is strijdig met de Algemene wet gelijke behandeling.
Het feit dat de leraar de publiciteit heeft gezocht en de wijze waarop hij zich in de media heeft uitgelaten, zijn niet zodanig dat ze grond voor ontbinding vanwege een verstoorde verhouding opleveren.
De kantonrechter acht op dit moment geen voldoende gronden aanwezig om de arbeidsovereenkomst te ontbinden.
| Nicole Weidema | 03-11-2011 |
Deel deze pagina met jouw sociale netwerken |
QR-code voor deze pagina
|