Donkere wolken pakken zich samen boven Nederland, meldt het Sociaal en Cultureel Planbureau. Het goede nieuws: met de problemen rond de vergrijzing zou het mee kunnen gaan vallen.
Het gaat goed met de Nederlandse burgers, meent SCP, in De sociale staat van Nederland 2011, een onderzoek dat eens in de twee jaar wordt gedaan. Maar de vooruitzichten zijn fors verslechterd. De gevolgen van de crisis voor de burger worden langzaam duidelijk. In 2010 was er minder werkgelegenheid en steeg de werkloosheid licht. Huishoudens gingen er 1 procent in koopkracht op achteruit.
Ondertussen lijkt de oproep om langer door te werken wel redelijk tot de werknemer te zijn doorgedrongen, meldt SCP. Het aantal mensen dat stelt tot aan hun 65ste jaar te willen werken, lag in 2010 ruim tweemaal zo hoog als in 2005. Daarnaast is het aandeel dat zichzelf fysiek in staat acht om tot die leeftijd te blijven werken, toegenomen.
Momenteel is 34 procent van de mensen tussen de 60 en 64 actief op de arbeidsmarkt. Het aantal ouderen met een betaalde baan van ten minste een uur per week is in het afgelopen decennium meer dan verdubbeld. Terwijl er in 2001 sprake was van ongeveer 62 duizend werkzame personen tussen de 65 en de 74 jaar, bedroeg dit aantal in 2010 ruim 130 duizend. Ten opzichte van het totale aantal ouderen is het aantal werkenden echter nog altijd gering, zeker in vergelijking met de bevolking van 15/64 jaar: van alle 65- tot 74-jarigen was in 2010 ruim 9 procent werkzaam, van de gehele potentiële beroepsbevolking werkte bijna driekwart (74,7 procent).
Twee jaar later Een kleine, maar wel groeiende, minderheid wil ook na het 65ste jaar actief blijven op de arbeidsmarkt (14 procent).
De leeftijd waarop mensen stoppen is iets gestegen in de loop van de tijd. In 2010 was de effectieve pensioenleeftijd voor mannen 62,8 jaar en voor vrouwen 62,5 jaar. Dit is in beide gevallen ongeveer twee jaar later dan in 2000.