Het aantal kunstenaars in Nederland is gestegen met 11 procent tot 130 duizend. De gemiddelde beroepsbevolking nam in dezelfde periode toe met 5 procent. De meeste kunstenaars hebben meerdere werkkringen.
Alhoewel kunstenaars bovengemiddeld vaak afhankelijk zijn van een uitkering, blijkt het nogal mee te vallen met de slechte positie op de arbeidsmarkt, meldt het CBS. De grotere uitkeringsafhankelijkheid wordt voor een deel bepaald door de WWIK, die veel kunstenaars kort na afstuderen gebruiken als opstapje voor een eigen beroepspraktijk. Het relatief lagere persoonlijk inkomen van kunstenaars wordt voor een deel gecompenseerd door hun gezinsinkomen. Van de personen die ooit een kunstopleiding op hbo-niveau of hoger hebben afgerond, werkt 42 procent als kunstenaar of in een overig creatief beroep.
Meerdere werkkringen Kunstenaars hebben vaker dan gemiddeld meerdere werkkringen. Dat kan zowel gaan om banen bij verschillende werkgevers als om het combineren van een baan met een eigen bedrijf. Ongeveer 16 procent van de kunstenaars heeft meer dan één werkkring. Personen werkzaam in de beroepsgroep ‘schrijvers, vertalers en overige kunstenaarsberoepen' hebben vaak meerdere banen tegelijk. De beroepsgroep ‘uitvoerende beroepen' is koploper: ruim 30 procent heeft meer dan één werkkring.
Zelfstandige Bijna 60 procent van de kunstenaars werkt in de hoofdbaan als zelfstandige. Onder de werkzame beroepsbevolking is dit gemiddeld slechts 12 procent. Vooral in de beeldende beroepen en onder schrijvers, vertalers en overige kunstenaarsberoepen werkt de overgrote meerderheid als zelfstandige.