CNV Vakmensen vergelijkt de arbeidsomstandigheden van Oost-Europese chauffeurs in de Rotterdamse Haven met mensenhandel. De chauffeurs moeten volgens de vakbond soms dagen bij hun truck wachten op een nieuwe vracht, zonder redelijke sanitaire voorzieningen of fatsoenlijk onderkomen.
Bestuurder Marcel Hoogendijk van CNV Vakmensen: 'Vaak dagen achtereen moeten deze mensen wachten bij hun truck. Zonder enige redelijke sanitaire voorziening, maar ook zonder de mogelijkheid om ergens te verpozen. De cabine en een kleine cirkel rondom de vrachtwagen is het leefgebied. En de huifwagen van een collega blijkt ineens te worden gebruikt als keuken/hangplek. Te somber voor woorden. En dan biedt wodka nog wel eens een uitwijk. Deze mensen zijn volledig afhankelijk gemaakt van hun werkgever. De wet op de mensenhandel verbiedt zo'n omgang met je werknemers. We willen dat de politici aandringen op striktere naleving van de wet. CNV Vakmensen heeft zelf inmiddels conctacten met de taskforce tegen mensenhandel van Justitie.'
Hoogendijk gelooft dat de slechte behandeling ook gevolgen zal hebben voor de positie van Nederlandse werknemers. 'Nederlandse werkgevers in het beroepsgoederenvervoer, die wel proberen hun mensen volgens cao-richtlijnen het werk te laten doen, raken hierdoor vrachten kwijt. Voor hongerlonen en onder Oost-Europese toestanden staan buitenlandse chauffeurs lijdzaam te wachten op vracht. De winsten gaan naar de bazen, waaronder ook Nederlandse overigens, die het niet zo nauw nemen met de regels. En die zitten in hun Mercedessen en villa's te genieten van hun weelde en bekommeren zich niet om het personeelswelzijn. Wij willen voorkomen dat die buitenlandse chauffeurs nog langer zo hun werk moeten doen. Maar ook dat de Nederlandse bedrijfstak langzaam afglijdt naar deze standaard.'