Een oud-werknemer eist dat zijn pensioen volledig wordt geindexeerd. Maar de kantonrechter vindt het onaanvaardbaar dat gepensioneerden (en de zogenaamde slapers) met hun voordelen halen over de ruggen van de jongere generaties deelnemers.
De betonopzichter was sinds 1966 in dienst van zijn werkgever, en raakte in 1991 arbeidsongeschikt. In 2001 is hij volledig uitgevallen, en in 2003 is de arbeidsovereenkomst verbroken. Tot 2007 heeft hij door zijn arbeidsongeschiktheid premievrij pensioen opgebouwd.
Voor de kantonrechter eist hij dat zijn pensioen jaarlijks onvoorwaardelijk wordt geindexeerd, zoals is vastgelegd in het Pensioenreglement voor het personeel uit 1987. Dit is na zijn pensionering in 2007 niet gebeurd omdat de pensioenuitvoerder (Zwitserleven) hiervoor geen geld heeft. Zwitserleven heeft laten weten geen geld te hebben voor indexering, tenzij de rekening hiervoor bij de voormalige werkgever van de eiser wordt gelegd.
Aveco, de rechtsopvolger van het bedrijf waar de man in 1966 in dienst is getreden, voelt er niets voor om op te draaien voor de rekening. Sinds 1987 is het Pensioenreglement nog drie keer aangepast - voor het laatst in 2001 - en de eiser heeft nooit laten weten dat hij vond dat de nieuwe voorwaarden niet op hem van toepassing waren. Tijdens de arbeidsongeschiktheid van de werknemer heeft het bedrijf meer voor hem gedaan dan waartoe het wettelijk verplicht was, en Aveco acht het onaanvaardbaar dat zij ook nog eens moet opdraaien voor indexering.
De kantonrechter acht het in redelijkheid aanvaardbaar dat er wijzigingen plaatsvinden ten aanzien van in het vooruitzicht gestelde toeslagen in zwaar wegende omstandigheden. Als Aveco nu verplicht wordt de pensioenaanspraken van genpensioneerden en slapers te indexeren, gaat dat ten koste van de nog actieve deelnemers aan het pensioenfonds. Volgens de kantonrechter zou er dan sprake zijn van doorgeschoten solidariteit ten gunste van de gepensioneerden en slapers.